30 jaar fiscalisering deel 2

Fiscalisering is een per 1 januari 1991 doorgevoerde decentralisatie van beleidsuitvoering naar gemeenten. In dit artikel komt het besluit parkeerbelasting dat bij de wetswijziging van de gemeentewet hoort aan de orde en worden de belangrijkste wijzigingen daarin toegelicht.

 

 

[Dit artikel verscheen eerder in Vexpansie 2022-2 | Tekst Jitze Rinsma]

 

Dit is het tweede deel over de geschiedenis van de fiscalisering.

Zie voor deel 1 Vexpansie 2022-1

 

Het Besluit Parkeerbelasting

De minister van Justitie en de staatsecretaris van Binnenlandse zaken hebben daarin nadere regels gesteld met betrekking tot de naheffingsaanslag, het aanbrengen en verwijderen van de wielklem, evenals het wegslepen en in bewaring stellen van een voertuig.  (Staatsblad 1990 nr. 574)

In het besluit is aangegeven uit welke kosten-componenten de naheffingsaanslag ten hoogste mag bestaan: de vaste en variabele informatieverwerkingskosten, de kosten van rente en afschrijving, personeelskosten en de overhead (maximaal 50 procent van de personeelskosten). Op basis van een raming van het jaarlijks totaal van deze kosten stelt de gemeenteraad het bedrag vast dat in rekening wordt gebracht en neemt de specificatie op in de verordening. Het maximumbedrag van de op te leggen naheffingsaanslag volgens artikel 3 is bepaald op 65, – gulden (voor 2022 66,50 euro). Ook zijn de kostencomponenten die burgemeester en wethouders in uitvoeringsregels dienen op te nemen voor klemmen, slepen en het bewaringsregister daarin opgenomen.

 

Wijzigingen in de Gemeente Wet en in het Besluit Parkeerbelasting

Wijzigingen in de Gemeente Wet

Sinds 1990 is, afgezien van hernummering (thans de artikelen 225, 234 en 235) van de Gemeente Wet, alleen het lid 7 van artikel 234 gewijzigd (Staatsblad 2014 nr. 255) waarin het mogelijk werd per 1 november 2014 de naheffing toe te sturen in plaats van, die op het voertuig (veelal onder de ruitenwisser) te bevestigen. In dezelfde wetswijziging wordt het mogelijk dat (buitengewoon) opsporingsambtenaren veelvoorkomende overtredingen op straat digitaal kunnen handhaven. Een belangrijke stap op weg naar de volledige digitale handhaving door de handhavers. Elders in de gemeente wet zijn ook wijzigingen doorgevoerd die onder andere betrekking hebben op het innen en invorderen van parkeerbelastingen door  bijvoorbeeld tot regionale belastingkantoren.

 

Wijzigingen in het Besluit Parkeerbelastingen

Zo is op 15 december 1998 (Staatsblad nr. 696) bekend gemaakt dat de maximale hoogte van de kosten van de naheffingsaanslag elk jaar worden geïndexeerd en vóór 1 september in de Staatscourant bekend worden gemaakt. De reden is dat sinds 1989 de personeelskosten die een belangrijke component vormen aanzienlijk zijn gestegen. Dat betekent dat veel gemeenten met 65 gulden niet meer kostendekkend konden handhaven, wat wel uitgangspunt was. Uitgaande van de prijsindex gezinsconsumptie 1989 t/m 1998 zoals berekend door het CBS kwam het maximale bedrag uit op 82 gulden in 1998.

Een reden was ook dat de kosten in lijn komen en kunnen blijven met die van een parkeerboete. De hoogte van de boete voor verkeerd parkeren op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wet Mulder) is van

35 gulden (1990), via 50 gulden (1991) en 80  gulden (1996) gestegen naar 90 gulden (1998). Deze bedraagt in 2022: 100 euro + 9 euro administratiekosten,

 

Elektronische weg

In 2001 (Staatscourant nr. 155) zijn een aantal belangrijke aanpassingen vastgesteld.

In een nieuw artikel 1a is vastgelegd dat B&W via een uitvoeringsbesluit kunnen vaststellen dat de wijze waarop parkeerautomaten in werking worden gesteld uitsluitend langs de elektronische weg kan. Daarbij geldt de bepaling dat de parkeerder tenminste moet kunnen kiezen en dat er voldoende oplaad- en verkooppunten zijn voor niet-rekening gebonden kaarten. In artikel II is aangegeven, dat omdat de niet-rekening gebonden kaart in 2002 door de banken zal worden uitgebracht gelijktijdig met de invoering van de chartale euro ook daarmee betalen van parkeerbelasting mogelijk wordt.

Als reden voor de wijziging werd genoemd: De wens van de gemeenten om uitsluitend hetzij met de chipper, de chipknip of bankpas elektronisch te kunnen betalen omdat sprake is van veel vernielingen van parkeerautomaten met hoge kosten en buiten gebruik zijn (ergernis tot gevolg). Maar mag dit? Het Burgerlijk Wetboek (BW), waarop de belastingheffing van toepassing is, stelt als hoofdregel dat er met gangbaar geld betaald moet kunnen worden. De term gangbaar geld betreft (primair) de (chartale) betalingen met wettige betaalmiddelen. Het BW laat de mogelijkheid dat in bepaalde situaties te beperken tot andere vormen van betaling bijvoorbeeld via een wettelijke regeling op basis van gewoonte, redelijkheid of billijkheid. Dit betekent dat er voldoende praktische mogelijkheden aan de belastingplichtige ter beschikking moeten staan. Daarbij moet met de chipknip of een niet-rekening gebonden chipkaart betaald kunnen worden en moeten er, gemeten naar lokale omstandigheden voldoende oplaadpunt en verkooppunten beschikbaar zijn.

Begin 2019 is nog een Verzamelbesluit Openbaar Bestuur 2019 (Staatsblad nr. 46) gepubliceerd. Dit besluit betreft met name de verruiming van de kosten die in rekening worden gebracht voor zover zij ‘samenhangen met de inning van niet betaalde parkeerbelastingen’ in plaats van voorvloeien uit. Deze ruimere formulering is doorgevoerd om de kosten van digitale scantechnologie in rekening te kunnen brengen. Dat is vooral van belang bij de overgang naar het gebruik van de scanauto, waardoor de totale handhavingskosten en de opbrengsten van de naheffingen over enige jaren zullen verschillen. De raming mag gebaseerd zijn op een gemiddelde over een periode van tenminste één en ten hoogste vier jaren. Ook is in deze wijziging de bepaling over chipknip vervallen.

 

Terugblik

Door technische ontwikkelingen is de Rijksregelgeving aangepast aan de wensen van de gemeenten, zonder dat dat tot veel discussie heeft geleid. Bepaalde wijzigingen zoals het met een pas kunnen betalen en het toesturen van naheffingen in plaats van het aanbrengen onder de ruitenwisser worden nu als heel normaal ervaren.

 

Jitze Rinsma, redactie Vexpansie

Tags

parkeren fiscalisering Gemeente Wet parkeerbelastingen

Bekijk meer artikelen

30 jaar fiscalisering deel 6: Organisatie/ontwikkelingen

Fiscalisering: Kennis­ontwikkeling, opleiding, de omvang van de fiscalisering, organisatorische ontwikkelingen, efficiency en effectiviteit.

Lees meer

Deelauto’s: wat is de reductiefactor?

Door bij nieuwbouw/renovatie deelauto’s in te zetten kan vaak het aantal nieuw te realiseren parkeerplaatsen worden verminderd. Maar hoe groot mag die afslag zijn?

Lees meer

Handhaven met de scanauto; een (r)evolutie in de stad

Om de binnenstad wél leefbaar en bereikbaar te houden zoeken steden continu naar instrumenten die hieraan kunnen bijdragen, zoals de scanauto.

Lees meer

Flexibele Parkeermachtiging voor deelauto’s van start

De SHPV-pilot Flexibele Parkeermachtiging voor Deelauto’s is live gegaan. Vijf gemeenten en 3 aanbieders van deelauto’s testen een meer uniforme en flexibele manier voor het parkeren van deelauto’s.

Lees meer

Rekenkamer Amersfoort: onderzoek naar parkeergarages en fietsenstallingen

Bijna elke gemeente heeft een rekenkamer die onderzoek doet naar doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het gemeentelijk beleid. Parkeren is regelmatig onderwerp van onderzoek.

Lees meer

Samenwerking Vexpan-leden WPS en ParkBee

Door de integratie met WPS kunnen parkeerexploitanten parkeerplaatsen toevoegen aan het ParkBee platform en de gebruikers hiervan bereiken. Wat een stroom van verkeer naar de parkeerlocatie genereert.

Lees meer
1 2 3 19