Parkeren door een ruimtelijke bril bezien

De coronamaatregelen hebben laten zien hoe het kan zijn, een bereikbare stad. Om deze bereikbaarheid vast te houden is het zaak om het parkeervraagstuk eerder en beter beet te pakken. Zo kan de grote verdichtingsopgave met een innovatief parkeernormenbeleid direct worden gecombineerd met meer groen en een aantrekkelijker verblijfskwaliteit.

 

[Dit artikel verscheen eerder in Vexpansie 2021-1. | Tekst: Pieter Delleman en Ernst Bos]

 

De stad zal veranderen. We hebben andere ideeën over een fijne, leefbare omgeving in het besef dat comfort niet altijd alles is. De uitdagingen zijn groot: er is sprake van een toenemende hittestress, door de hoeveelheid verharding kan het oppervlaktewater niet meer tijdig weg en we worden in toenemende mate obees. Tegelijkertijd hebben we ook behoeftes: we willen meer groene ruimte (de laatste lockdowns hebben dat maar weer aangetoond), we willen elkaar ontmoeten en – bij toenemende verdichting – willen we minder blik en meer speelruimte.
In de afgelopen coronaperiode hebben we kunnen genieten van minder congestie op de weg als gevolg van het thuiswerken en hebben we kunnen ervaren hoe belangrijk het is om weer te lopen en te fietsen in een liefst groen ingerichte stad.

 

Nu is het een kwestie van het goede behouden en doorpakken. Doorpakken op het gebied van mobiliteit betekent ook veel strategischer kijken naar alle schakels waarbij die van het parkeren een heel belangrijke is. Parkeren neemt immers veel van onze openbare ruimte in beslag. Veel versteende ruimte die lang niet altijd bezet is door een auto.
Parkeren is helaas van oudsher gezien als laatste schakel of sluitstuk van een keten. Een ‘dingetje’ dat nog even geregeld moet worden. En in de regel zijn we er ook niet trots op. Zo worden parkeerplekken al heel lang door architecten bij het ontwerp er aan het einde in gefrommeld. Op straat, maar ook in garages. Ook in visiedocumenten voor gebiedsontwikkelingen blijft de aandacht vaak beperkt. En bij de aanpak van parkeeroverlast acteren we vaak reactief door alleen daar in te grijpen waar de parkeerdruk het hoogste is. We worden teruggeworpen op de reacties: iedereen wil toch de auto voor de deur kwijt? De vraag is of dit zo is. Als we in retroperspectief kijken naar de grote marktpleinen in onze oude binnensteden ligt dit genuanceerder. Een willekeurig voorbeeld: De Brink in Deventer. Tot ver in de vorige eeuw was de auto daar dominant aanwezig en stond de middenstand op z’n achterste benen als daaraan getoornd werd; No Parking No Business was het devies. Niemand die dat nog terug wil.

 

Bij de start goed beginnen
En dat, terwijl er zo veel mogelijk is. Te beginnen bij ‘de nieuwe stad’. Met goede parkeernormen is het mogelijk om overmaat aan parkeercapaciteit te voorkomen en in gebiedsontwikkeling te sturen op andere parkeerconcepten. Maar dan moeten we wel de keuze durven maken om de auto iets minder dominant aanwezig te laten zijn. Met daadwerkelijk sturende parkeernormen die ruimte bieden aan auto’s die wel écht voor de deur nodig zijn en alle andere verbannen naar een plek iets verder weg. Normen die aansluiten bij het feitelijke autobezit en niet bij het maximale. Als blijkt dat het gemiddelde autobezit 1 per huishouden is, waarom dan een norm van 1,3 hanteren? 30 procent extra ruimte voor parkeren in plaats van groen? Of waarom per 3 woningen een plaats voor bezoek, terwijl 1 op 10 eigenlijk genoeg blijkt te zijn?

 

Parkeren moet in ontwikkelingen meer conceptmatig worden uitgewerkt. Dat betekent dat, met de goede basis in de hand – de ingeschatte parkeerbehoefte – er wordt gezocht naar alternatieven voor het aanleggen van parkeervakken. Elk plan is gebaat bij het juiste aantal plaatsen en niet een overmaat. Daar komen de ambities van overheid en bouwer bij elkaar. De bouwer wil in de regel minder bouwen, omdat gebouwde parkeerplaatsen eenvoudig weg te duur worden ten opzichte van de opbrengsten die hij daarvoor kan krijgen. En de gemeente wil minder autoverkeer en niet de parkeervraag op z’n bord krijgen. Oplossingen liggen er in het wijzigen van het aanbod (goede fietsvoorzieningen eerst) en het gedeeltelijk op afstand realiseren van parkeercapaciteit. Dit betekent dat loopafstanden kunnen en moeten worden opgerekt. Waar mogelijk gebruikmakend van bestaande gebouwde parkeercapaciteit of, in overleg met andere initiatiefnemers, het aanleggen van gezamenlijke parkeervoorzieningen. Een alternatief parkeerconcept vereist dus creativiteit, inzicht en overzicht, maar ook realiteitszin. Voor wat betreft dit laatste: het is van cruciaal belang dat die nieuwe parkeervoorzieningen ook daadwerkelijk kunnen worden gebruikt door de beoogde doelgroepen.

 

Een belangrijke stap lijkt daarbij dat het aloude adagium ‘parkeren op eigen terrein’ wordt losgelaten. Het wordt immers onbetaalbaar en leidt tot verrommeling als elk plan een eigen kleinschalige parkeervoorziening heeft. Bundeling van krachten zorgt voor aanzienlijk goedkopere en betere parkeervoorzieningen die ook nog eens efficiënter gebruikt kunnen worden. Maar dan moet wel de gemeente daartoe zijn rol pakken en partijen bij elkaar brengen of – in het uiterste geval – zelf het initiatief nemen. Niet alleen normen stellen, maar ook zorgen dat de daadwerkelijke uitwerking vorm krijgt in een Parkeeratelier. Partijen samenbrengen en zorgen dat voor elke parkeeropgave in een buurt de passende oplossing wordt gevonden. Het resultaat kan en zal verrassend zijn: een goede parkeergelegenheid die optimaal gebruikt wordt en veel beter betaalbaar is dan bij versnippering.

 

Optimaliseren in de huidige gebieden
Er is al veel gewonnen wanneer het parkeervraagstuk bij nieuwe initiatieven inventief wordt opgepakt. Maar ook in de bestaande stedelijke gebieden is er veel mogelijk. Parkeerproblemen blijven in de regel vaak liggen. Omdat ze complex lijken en oplossingen vaak weer leiden tot nieuwe problemen. Dat speelt met name bij het verdringende verkeer bij het waterbedeffect. Totdat wordt besloten tot een verregaande parkeerregulering (in de regel met betaald parkeren in combinatie met vergunningen) is het veelal pappen en nathouden. En dat terwijl de meldingen en klachten regelmatig binnenkomen, maar niet worden gedocumenteerd en gemonitord. In veel parkeerbeleid is vastgelegd dat een eventuele invoering van gereguleerd parkeren alleen kan bij voldoende draagvlak van de lokale belanghebbenden.
We moeten toe naar een systeem van proactief reguleren om grip te houden op het parkeervraagstuk. Daarbij moeten keuzes gemaakt worden. Veel oudere wijken lenen zich niet voor meer dan 1 auto per huishouden. Dus kan de 2e auto niet meer op afstand? En waar gaan de bedrijfsbusjes staan?

 

De verbindende factor: de hub
Er inmiddels een concept waarmee de bestaande stad en de nieuwe stad elkaar kunnen ontmoeten en een helpende hand kan uitsteken bij de eerdergenoemde problemen. De hub. Een dergelijke voorziening kan op vele schaalniveaus worden aangelegd. Variërend van een grote P+R aan de rand van de stad tot de buurthub. Schoon, heel en veilig zijn de sleutelbegrippen bij deze voorzieningen. Alleen wanneer er sprake is van een naadloze en comfortabele overstap om die bekende last mile te kunnen nemen, is er sprake van succes. De crux daarbij is echter schaal. Alleen met voldoende aanbod, bijvoorbeeld van deelmobiliteit, komen de hubs tot leven.

 

> Tekst: Pieter Delleman en Ernst Bos, beiden adviseur parkeren, Spark

Tags

bereikbaarheid

Extra: Boek Parkeren in het ruimtelijk domein

Het autobezit en autogebruik in Nederland neemt, met enkele regionale uitzonderingen, nog steeds toe. Al die auto’s spelen een belangrijke rol in de bereikbaarheid van woningen, winkels en horeca, maar ook van kantoren en bedrijven. ‘Parkeren in het ruimtelijk domein’ plaatst het parkeervraagstuk in een ruimtelijke context. Hoe gaan wij om met het parkeren of stallen van voertuigen in bestaande en nieuwe stedelijke gebieden? Hoe zorgen wij ervoor dat parkeren in verdichtings- en transformatieopgaves geen probleem is, maar juist een kans voor een betere leefomgeving? En, zeer actueel hoe gaan wij om met de parkeervraag van alle fietsen in de stad?
De publicatie gaat in op nieuwe ontwikkelingen op het gebied van parkeernormering en de totstandkoming van de uiteindelijke parkeereis. Vooral bij de woningbouw- en verdichtingsopgave die in veel stedelijke gebieden speelt is het zaak om hiermee creatief, maar ook prudent om te gaan. Daarnaast besteedt de publicatie ook veel aandacht aan fietsparkeren als urgente stedelijke opgave.

Het boek geeft handvatten hoe de parkeervraag berekend en gefaciliteerd kan worden, hoe het gebruik kan worden gereguleerd en welke wettelijke kaders op parkeren van toepassing zijn. De vele soorten parkeervoorzieningen en hun toepassingsmogelijkheden zoals we die nu kennen worden beschreven. Aan bod komt ook de parkeerexploitatie en de parkeerorganisatie; de relevante aspecten die zorgen dat de fysieke parkeervoorzieningen bij blijven dragen aan een leefbare en bereikbare omgeving. De publicatie beschrijft actuele onderwerpen als bijvoorbeeld de inzet van deelmobiliteit in relatie tot realistische parkeeroplossingen.

 

‘Parkeren in het ruimtelijk domein’ is geschreven vanuit de optiek dat iedereen die betrokken is bij ruimtelijke ontwikkelingen een goed beeld moet hebben van het instrumentarium dat kan worden ingezet bij het vormgeven en het beheersen van het parkeervraagstuk. Daarom is de publicatie van belang voor onder andere: ruimtelijk projectleiders, plantoetsers, vergunningverleners, omgevingsrecht- en vastgoedjuristen en medewerkers van parkeerbedrijven. Daarnaast zal de publicatie ook voor veel ontwikkelaars en beleggers vaak nieuwe, relevantie informatie bieden.

Bekijk meer artikelen

Rekenkamer Amersfoort: onderzoek naar parkeergarages en fietsenstallingen

Bijna elke gemeente heeft een rekenkamer die onderzoek doet naar doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het gemeentelijk beleid. Parkeren is regelmatig onderwerp van onderzoek.

Lees meer

Markante personen uit de parkeerwereld: Wim van der Heide

Wim van der Heide, Business Development Manager bij Ballast Nedam Park & Connect, kwam via onderzoek naar mechanische parkeersystemen in aanraking met de parkeerwereld.

Lees meer

30 jaar fiscalisering deel 5: Jurisprudentie

In dit deel over de geschiedenis van de fiscalisering gaat het over jurisprudentie. Tot op de dag van vandaag wordt er tegen opgelegde naheffingen bezwaar gemaakt. In een aantal gevallen gaat de bezwaarmaker als hij van de belastingrechter geen gelijk krijgt naar het gerechtshof en soms zelfs naar de Hoge Raad.

Lees meer

30 jaar fiscalisering deel 4: Bebording

In dit deel over de geschiedenis van de fiscalisering kijken we terug op de ontwikkeling van de bebording. Via bebording herkent de parkeerder het ter plaatse geldende parkeerregiem.

Lees meer

Rotterdam Nederlands meest EV-vriendelijke gemeente

Gemeente Rotterdam is het meest vriendelijk voor elektrische rijders in Nederland. Dit maakt ALD Automotive bekend. Het is de eerste keer dat de leasemaatschappij de verkiezing ‘Meest EV-vriendelijke gemeente’ houdt.

Lees meer

30 jaar fiscalisering deel 3: Parkeer(belasting) verordeningen en beleidsregels

In dit artikel wordt ingegaan op de algemeen verbindende voorschriften die de gemeente dient vast te stellen: de parkeerverordening en de verordening parkeerbelasting en de beleidsregels zoals het uitgiftebesluit en het aanwijzingsbesluit.

Lees meer
1 2 3 18