Ernst Bos: ‘geef de nieuwe generatie de ruimte’
Van de redactie Vexpansie | Tjeerd Velders en Jeroen Quee
Leidschendam, 29 september 2026
Van een studentenbaan in een Haagse parkeergarage tot medeoprichter van parkeeradviesbureau Spark en initiatiefnemer achter het parkeerdataplatform Monit Data.
In deze editie van de reeks “Markante personen in de parkeerwereld” een interview met een herkenbare stem in de Nederlandse parkeerwereld: Ernst Bos. Op kantoor in Leidschendam blikt hij met een brede glimlach terug op de manier waarop hij ooit min of meer toevallig verzeild raakte tussen de slagbomen, parkeervakken en voertuigstromen. Maar ook over de vliegende start van Spark, de hardnekkige illusie van de ‘sluitpost parkeren’ en waarom je in een vliegtuig boven Frankrijk dezelfde strakke procedures nodig hebt als bij een parkeergarage van tweeduizend plekken.

Een uit de hand gelopen bijbaan
“Als iemand mij als eerstejaars student Bouwkunde aan de TU Delft had verteld dat ik mijn werkzame leven grotendeels aan parkeren zou wijden, had ik waarschijnlijk hard gelachen,” grijnst Ernst Bos. Toch is dat exact wat er gebeurde. “Ik zocht gewoon een zakcentje en kwam terecht bij een kleinschalig bedrijf dat het beheer deed van een parkeergarage in Den Haag. Eén dienst per week. Maar al snel zat ik er drie, vier dagen. Voor ik het doorhad was ik bedrijfsleider van een sector die destijds nog niet eens als echt vakgebied werd gezien.”
Die eerste ervaring smaakte naar meer. Samen met een van de eigenaren bouwde hij de organisatie verder uit tot wat later P1 werd. Rond de eeuwwisseling scheidden hun wegen. Na wat losse adviesklussen en actieve betrokkenheid bij Vexpan kruiste zijn pad dat van twee oud-collega’s. Het resultaat? De oprichting van Spark. “In die tijd had werkelijk iedereen te maken met parkeren -gemeenten, ziekenhuizen, winkelcentra, vliegvelden- maar voor bijna niemand was het de kernactiviteit. Grote gemeenten redden het nog wel zelf, maar kleinere gemeenten misten simpelweg de kennis en continuïteit. Daar zagen wij een gat in de markt.” Over de naam Spark schiet hij in de lach: “We hadden een ontwerper uit ons netwerk gevraagd om een logo te ontwerpen, maakten zelf longlist van mogelijke namen en uiteindelijk werd het Spark. Geen diepere betekenis. Al schreef men het in het begin steevast als ‘S-Park’. Blijkbaar kom je toch nooit helemaal los van de associatie.”
Parkeren is géén sluitpost
Inmiddels bestaat Spark ruim twintig jaar. En hoewel het vak volwassen is geworden, ziet Bos nog altijd dezelfde klassieke valkuil: parkeren dat als sluitpost van een stedenbouwkundig plan wordt behandeld. “Het bekende recept,” zucht hij met een knipoog. “Eerst ontwerpen we de woningen, de stedenbouwkundige opzet, het groen en de gezellige pleintjes. En als alles vastligt vraagt iemand opmerkelijk laat in het proces: ‘O ja, waar laten we de auto’s eigenlijk?’ En dan moet er op een onmogelijk hoekje grond ineens een ondergrondse garage gepropt worden.” Dat leidt volgens Bos tot nodeloos dure en onhandige constructies. “Een parkeergarage is wel iets meer dan een stapel betonplaten met wat witte lijnen erop gekwast. Routing, in- en uitrijden, draaicirkels, logistiek en veiligheid bepalen of zo’n voorziening werkt. Een garage van tweeduizend plekken is logistiek gezien echt wat anders dan twee garages van duizend plekken op elkaar gestapeld. Je moet het vanaf dag één integraal meenemen in de plannen, net zoals groen en leefbaarheid.”
Van rigide normen naar parkeerwaarde
Ook over het heilige huisje van de parkeernormen heeft Bos een duidelijke opvatting: “Normen geven houvast en scheppen gelijkheid, dat begrijp ik best. Maar het is een vrij bot instrument. Een norm kijkt achterom, naar data uit het verleden en naar gemiddelden. Maar wat heb je daaraan in een stadsontwikkelingsgebied waar je mensen juist op de fiets of in het OV wilt krijgen? Moet je daar de buurtsupermarkt dwingen om tientallen parkeerplaatsen aan te leggen omdat het tabelletje dat voorschrijft?” Hij pleit liever voor ‘parkeerwaarden’. “Kijk naar de context. Een kantoor direct naast Utrecht Centraal heeft een heel andere dynamiek dan een kantoor op een kavel aan de rand van de stad. Maatwerk vraagt wel bestuurlijke moed, want je moet het naar bewoners toe kunnen onderbouwen. Maar laat de norm het begin van het gesprek zijn, niet de uitkomst.”
Meten is weten: de geboorte van Monit
Die behoefte aan harde feiten en onderbouwing bracht Bos al vroeg bij parkeerdata. “Ik wilde verder kijken dan alleen de totale dagomzet of het aantal slagboompassages. Wie parkeert er eigenlijk? Hoelang staan ze er? Uit een pilot in Amsterdam met gedifferentieerde parkeertarieven bleek hoeveel patronen je kunt ontdekken als je de data slim analyseert. Theaterbezoekers gedragen zich volstrekt anders dan winkelend publiek of hotelgasten.”
Wat begon als een interne tool binnen Spark, groeide uit tot het zelfstandige parkeerdataplatform Monit Data, dat tegenwoordig door tientallen Nederlandse gemeenten en (internationale) organisaties wordt gebruikt. “Data is geen tovermiddel, maar het maakt je advies wel stukken sterker. Je stapt over van ‘ik denk’ naar ‘we zien’.”
Vliegen boven de wolken en ruimte maken
Naast zijn werk in de parkeerwereld heeft Bos al bijna dertig jaar een bijzondere passie: hij is sportvlieger. In de zomermaanden vliegt hij samen met zijn partner Marieke in een klein sportvliegtuigje kriskras door Europa. “Vliegen vraagt om discipline, gedegen voorbereiding en heldere procedures. Als je boven Frankrijk plotseling ongewild de wolken in vliegt, kun je niet even naar de vluchtstrook sturen. Dan moet je rustig blijven, vertrouwen op je instrumenten en je protocollen volgen. Die nuchterheid en zorgvuldigheid hanteer ik ook in het werk. Zorg dat je de feiten kent en onderschat de complexiteit niet.” Wat betreft zijn eigen rol binnen Spark en Vexpan doet hij het tegenwoordig bewust een beetje kalmer aan. “Ik werk niet meer volgens een strak fulltime schema. Binnen Spark geef ik jongere collega’s bewust de ruimte. Ervaring delen is mooi, maar ik hoef niet meer vooraan te staan. De nieuwe generatie moet de kans krijgen om haar eigen stem te laten horen en haar eigen fouten te maken. Daar heeft iedereen recht op.”
Kennis delen via Vexpan
Naast zijn ondernemersrol is Ernst al jarenlang actief binnen Vexpan. Niet als bestuurslid, maar vooral als inhoudelijke aanjager. Hij was betrokken bij opleidingen, lunchbijeenkomsten, de programmaraad en het expertteam. De rode draad: kennis delen en gezamenlijk bepalen welke inhoudelijke thema’s aandacht verdienen. Een branchevereniging is volgens hem meer dan een plek voor congressen en ontmoetingen. Ze kan het gesprek voeden over actuele vragen, onderwerpen agenderen en zorgen dat ervaringen niet bij afzonderlijke organisaties blijven hangen. Tegelijk vraagt dat om actieve deelname. Vrijwilligerswerk concurreert met volle agenda’s, organisaties moeten mensen ruimte geven en inhoudelijke betrokkenheid moet steeds opnieuw worden georganiseerd.
De boodschap: breng parkeren naar buiten
Aan het eind van het gesprek keert Ernst nog even terug naar zijn belangrijkste punt: de parkeerwereld is volgens hem te gesloten. Niet omdat mensen binnen het vak geen kennis willen delen, maar omdat te weinig bestuurders, beleidsmakers en andere disciplines werkelijk zien hoe belangrijk parkeren is voor bereikbaarheid, leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit. Hij pleit voor meer samenwerking, minder verkokering en een actievere rol van alle betrokken partijen, ook op nationaal niveau. “Treed meer naar buiten! Parkeren is geen stoffig, technisch dossier. Het gaat over leefbaarheid, bereikbaarheid, de inrichting van onze steden en het dagelijks leven van mensen. Laten we ophouden met verkokering en parkeren de plek geven die het verdient: midden in de ruimtelijke discussie.”
Ernst Bos in één zin:
“Neem parkeren vanaf het begin integraal mee, baseer besluiten op harde feiten en geef de nieuwe generatie de ruimte om het vak naar de toekomst te brengen.”
Bekijk ook:
Bekijk meer artikelen
Parkeervisie Leiden De nieuwe ingeslagen weg van auto- en fietsparkeren
Leiden heeft flinke ambities voor de toekomst, zo bleek bij het aantreden van het nieuwe college in 2018 en het nieuwe beleidsakkoord 2018-2022. Ambities op het gebied van onder meer duurzaamheid, mobiliteit en parkeren.
Lees meerParkeren aan de laadpaal?
Het Klimaatakkoord van het kabinet heeft ook zijn weerslag op onze dagelijkse mobiliteit. Volgens de plannen kunnen we over tien jaar alleen nog maar elektrische auto’s kopen. Maar wat vervangt dan onze wekelijkse tankbeurt waarbij we na een paar minuten weer 600 kilometer vooruit kunnen?
Lees meerCoronacrisis vergroot belang bereikbaarheid en parkeren van winkelgebieden Van basis- naar bestaansvoorwaarde
Er is een tijd geweest waarin er in Amsterdam iedere zaterdag een file stond vanaf het Rokin tot aan de parkeergarage van de Bijenkorf. Die tijd is voorbij.
Lees meerLichtmanagement: tien jaar licht in Piet Heingarage Amsterdam Innovatie & duurzaamheid
Ledverlichting, sensoren en 3D software realiseren samen een energiebesparing van circa zeventig procent per jaar. Een contract voor tien jaar waarbij monitoring, onderhoud en besparingsprestaties niet liggen bij de eigenaar van de garage, maar bij de leverancier van verlichting.
Lees meer100 aangesloten gemeenten na 10 jaar SHPV en op naar 1 NPVR
Het SHPV (Servicehuis Parkeer-en Verblijfsrechten) is op 22 juni 2010 als coöperatie van en voor gemeenten opgericht, met als doel het marktneutraal faciliteren van een landelijke voorziening voor het vastleggen en ontsluiten van parkeer-en verblijfsrechten
Lees meerVehicle-to-grid: Elektrische voertuigen als flexibele opslag in het elektriciteitsnet
Vehicle-to-grid (V2G) technologie stelt elektrische voertuigen in staat om ook elektriciteit terug te leveren aan het elektriciteitsnet. De flexibele capaciteit van de batterij helpt het net in balans te houden en levert geld op voor de eigenaar van de auto.
Lees meer