Hub naar een regionale aanpak!?

Er verschijnen steeds meer visies en strategieën met betrekking tot mobiliteitshubs en deelmobiliteit. De vraag is hoe van daaruit een vertaalslag gemaakt kan worden naar uitvoering in de praktijk. Welke rol heeft de overheid hierin en wat kunnen we aan de markt overlaten?

 

[Dit artikel verscheen eerder in Vexpansie 2022-2. | Tekst: Sebastiaan Dommeck]

 

Het in de intro gestelde zijn belangrijke vragen waarop we de laatste tijd voor verschillende regio’s in Nederland antwoorden aan het zoeken zijn. Ons doel: per regio een concreet plan van aanpak ontwikkelen om een netwerk van mobiliteitshubs te realiseren en deelmobiliteit in de regio op te schalen.
Dit doen we gelukkig niet alleen, maar in samenspraak met experts uit verschillende gemeenten, provincies en ministeries en in samenwerking met marktpartijen. Graag neem ik jullie mee in onze zoektocht naar de weg van strategie tot concrete uitvoering. Er ligt geen wetenschap aan ten grondslag, maar het geeft wel een goed beeld van de praktijk.

 

Aanpak vanuit verschillende opgaves
Er is gekozen om vanuit verschillende opgaves naar het thema deelmobiliteit te kijken. Denk daarbij aan zaken als de stedelijke verdichting, het versterken van de ketenreis en het efficiënt gebruiken van de openbare ruimte. Daarnaast worden 5 sporen bewandeld. Die zijn weergegeven in het onderstaande schema. Door op basis van gebruiksdata de mobiliteit van de regio in beeld te brengen, wordt inzichtelijk gemaakt welke modaliteiten en locaties kunnen bijdragen aan de oplossing voor deze opgaves. Zo ontstaat op logische wijze een blauwdruk voor een uitvoeringsprogramma, waarmee een basis wordt gelegd voor kennisdeling met en communicatie richting de gemeenten. Daar waar de verschillende opgaves samenkomen ontstaan kansen voor de marktpartijen om met hun aanbod meerdere doelgroepen te bedienen (dubbelgebruik).

 

Verstedelijking als motor voor opschaling
Vanwege een nijpend tekort aan woningen buigen alle regio’s zich momenteel over grote verstedelijkingsopgaves. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is het aanbieden van een kwalitatief en slim aanbod van deelmobiliteit randvoorwaardelijk voor het verminderen van autogebruik en autobezit van nieuwe bewoners. Het maakt dat er sowieso minder parkeerplaatsen aangelegd hoeven te worden. Meer bewoners worden immers keuzereizigers, die hun eigen mobiliteitsmix van eigen bezit, openbaar vervoer en deelmobiliteit samenstellen. De eigen auto is daarmee voor een steeds groter wordende groep mensen geen voorwaarde meer voor het uitvoeren van dagelijks verplaatsingen. En die groep groeit nog verder als dit mobiliteitsaanbod ook voor bewoners en gebruikers in de directe omgeving van zo’n nieuwe ruimtelijke ontwikkeling beschikbaar komt. Het aanbod van deelmobiliteit wordt dan ontsloten voor een grote en brede doelgroep. Ruimtelijke ontwikkelingen spelen in potentie dus ook een belangrijke rol bij het opschalen van een openbaar netwerk van deelmobiliteit.

 

Een succesvolle combinatie wordt vaak gevonden in deelmobiliteit en de ruimtelijke ontwikkelingen bij ov-knooppunten. Een compleet aanbod rondom een dergelijk knooppunt creëert meerwaarde voor het openbaar vervoer. Het biedt namelijk een last mile-oplossing. Tegelijkertijd maakt dit brede aanbod aan deelmobiliteit het voor veel inwoners van binnensteden mogelijk om zonder eigen auto toch volledig mobiel te zijn.

 

Regie en sturing
Omdat deelmobiliteit een wezenlijke bijdrage kan leveren aan vele opgaves, staat in onze gesprekken de vraag naar regie en sturing vanuit de overheid met stip op nummer één. Geen aansturing vanuit één gemeente maar bij voorkeur regionaal, waarbij in eerste instantie samenhang in beleid en regelgeving en afstemming rondom communicatie en marketing centraal staan. Door vanuit de verschillende overheden eenduidig te communiceren over hetgeen van de deelmobiliteitsaanbieders wordt verwacht, kunnen deze eerder hun businessmodel en propositie aan de verschillende doelgroepen aanpassen. Tevens krijgen de overheden meer inzicht in welke maatschappelijke baten bepaalde investeringen in deelmobiliteit opleveren, zodat een overheidsbijdrage vanuit maatschappelijk oogpunt beter kan worden gemotiveerd.

 

De belemmering op dit moment is de versnippering van verantwoordelijkheden. Openbaar vervoer is van de provincie, snelwegen zijn van het Rijk, parkeren is van de gemeente en deelmobiliteit is vooralsnog vooral van de markt. Een complicerende factor voor een daadkrachtige en eenduidige grootschalige invoering van deelmobiliteit is dat niet één organisatie zich eindverantwoordelijk voelt voor de implementatie. Een eerste stap om deze situatie te doorbreken behelst regionaal kennis uitwisselen en samenhang bewerkstelligen middels een regionale aanpak. De regio faciliteert hierbij de gemeenten, bijvoorbeeld door de kennis van een gemeente die al ver is qua beleid en uitvoering te delen met andere gemeenten in de regio.

 

Denk in een netwerk
Het aanbod van deelmobiliteit kan niet los worden gezien van locaties voor het stallen van de deelvoertuigen. Hierin schuilt voor de overheid ook meteen een belangrijk instrument om regie te nemen richting de aanbieders van deelmobiliteit. De locaties voor deelvoertuigen kunnen freefloating zijn, waarbij de vervoersmiddelen overal in de openbare ruimte achtergelaten mogen worden. Maar aanvullend zien we ook een groeiende behoefte aan dropzones en mobiliteitshubs.

 

Voor de reiziger is één hub echter géén hub. De kracht van deelmobiliteit wordt pas volledig benut als deelvoertuigen bij verschillende hubs binnen het netwerk kunnen worden ingeleverd en opgehaald. Dat geeft maximale keuzevrijheid en flexibiliteit voor de reiziger. Samenwerking tussen gemeenten is cruciaal bij het uitwisselbaar maken van deelmobiliteit binnen de regio.

Daarnaast is het aan te bevelen om niet in de discussie over strategieën te blijven hangen, maar het in samenwerking met marktpartijen gewoon te gaan doen. Dit vraagt zowel aan de overheidskant als aan de marktkant om meer flexibiliteit en openheid. Maar ook om duidelijke sturing en regie vanuit de overheid. Ons advies is om samen te werken met de bewoners en werknemers in de regio, te achterhalen wat hun behoeftes zijn en daar dan effectief op in te spelen.

 

> Tekst:  Sebastiaan Dommeck, adviseur parkeren en deelmobiliteit Empaction

Tags

mobiliteitshubs deelmobiliteit regionale aanpak

Bekijk meer artikelen

PostNL pakketautomaten in Q-Park parkeergarages

Parkeergarages worden steeds meer tot mobiliteitshubs ontwikkeld. PostNL en Q-Park plaatsen pakketautomaten in parkeergarages om extra gemak te bieden.

Lees meer

Hub naar een regionale aanpak!?

Er verschijnen steeds meer visies en strategieën met betrekking tot mobiliteitshubs en deelmobiliteit. Welke rol heeft de overheid hierin en wat kunnen we aan de markt overlaten?

Lees meer

Q-Park en Shell: 5 mobility hubs in grote steden

Q-Park en Shell gaan gezamenlijk vijf mobility hubs in grote steden in Nederland opzetten. Op deze parkeerfaciliteiten worden nieuwe concepten ingevoerd

Lees meer

Hoe kijken parkeerprofessionals naar initiatief Landelijk Actieprogramma Parkeren en Verblijven?

Gastsprekers gingen in op een aantal van de thema's van het Landelijk Actieprogramma Parkeren en Verblijven. Het initiatief en de krachtenbundeling van CROW

Lees meer

Krachtenbundeling voor Landelijk Actieprogramma Parkeren en Verblijven

Het initiatief van CROW, GNMI, SHPV en Vexpan om tot een Landelijk Actieprogramma Parkeren en Verblijven te komen, is dinsdag 12 april door parkeerprofessionals goed ontvangen.

Lees meer

Van parkeergarage naar mobiliteits- en energiehub is een gezamenlijke puzzel

Hoe kun je samen met diverse partijen van parkeergarages mobiliteitshubs maken, als basis voor zowel mobiliteit als energie? Hierover spraken diverse gasten uit de parkeerwereld inspirerend

Lees meer
1 2 3