Autoluwe wijken en STOMP veelbelovend, maar in de praktijk nog kwetsbaar (deel 1)

Autoluwe en STOMP-wijken sturen mobiliteitsgedrag, maar roepen ook frictie op. Wat ervaren bewoners écht? Dit tweeluik combineert bewonersonderzoek in de Utrechtse wijk Cartesius met landelijk onderzoek en laat zien wanneer autoluw werkt, waar het schuurt en wat dit vraagt van ontwerp, parkeren en beleid.

 

Auteur: Femke Mureau, TU Delft

 

Autoluwe en STOMP-wijken krijgen steeds meer aandacht. Steden zetten ze in om de leefbaarheid te vergroten, ruimte terug te geven aan voetgangers en fietsers en duurzame mobiliteit te stimuleren. Maar ondanks deze groeiende populariteit is nog weinig bekend hoe bewoners zulke wijken daadwerkelijk ervaren, en in hoeverre hun mobiliteitsgedrag verandert zodra zij er gaan wonen. Juist die ervaringen zijn cruciaal voor een goed ontwerp en succesvolle opschaling.

 

Dit artikel is het eerste deel van een tweeluik over bewonersonderzoek in autoluwe wijken. Het tweeluik is gebaseerd op twee onderzoeken waarin het bewonersperspectief centraal staat: het afstudeeronderzoek van Femke Mureau (TU Delft) in de autoluwe wijk Cartesius, en het onderzoek van adviesbureau Bijstelling voor CROW naar nieuw gerealiseerde gebiedsontwikkelingen. Beide onderzoeken geven inzicht in hoe bewoners omgaan met mobiliteit, parkeren en leefomgeving: hoe ervaren zij het wonen in een nieuwe wijk, hoe tevreden zijn ze, en verandert hun mobiliteitsgedrag daadwerkelijk?

 

In dit eerste artikel staan de bevindingen uit Cartesius centraal. Deze wijk is nog in aanbouw, maar het autoluwe mobiliteitsconcept wordt al toegepast. Dat levert waardevolle lessen op over de implementatiefase: hoe ervaren de eerste bewoners de nieuwe situatie, wat gaat goed en waar schuurt het?

 

In het tweede artikel volgt een breder perspectief. Daarin worden de resultaten uit het onderzoek van Bijstelling besproken, met een grotere en meer diverse bewonersgroep. Daarnaast wordt dieper ingezoomd op parkeren en parkeerrecht, de complexiteit hiervan, en de vraag hoe autoluw beleid werkelijk uitpakt in de praktijk.

 

De casus: Cartesius

De casus voor het afstudeeronderzoek is de wijk Cartesius in Utrecht, vlakbij station Zuilen en op ongeveer tien minuten fietsen van Utrecht Centraal. De wijk werkt met een zeer lage parkeernorm van 0,18 parkeerplaatsen per woning, zet sterk in op lopen, fietsen en deelmobiliteit en krijgt uiteindelijk geen auto’s meer in de openbare ruimte. Op het moment van onderzoek (eind 2024) woonden de eerste 397 bewoners er ongeveer twee jaar.

 

Een belangrijk kenmerk van deze bewonersgroep is dat veel van hen niet bewust voor autoluw wonen kozen. De eerste fase bestaat volledig uit middenhuurappartementen, waardoor veel bewoners hier niet terecht zijn gekomen vanwege het autoluwe concept, maar juist ondanks dat concept — omdat het een beschikbare en betaalbare woning was. Juist deze groep biedt een interessante kans om te onderzoeken of autoluw wonen in de praktijk werkt. Al voor de uitvoering van het onderzoek werd duidelijk dat niet alle bewoners volledig achter het concept staan; in de buurtapp werden tips gedeeld om gratis te parkeren in omliggende wijken, en bewoners knipten zelf hekken door of verplaatsten boomstammen om hun auto toch in de wijk kwijt te kunnen. Genoeg aanwijzingen dat Cartesius een casus is waar nog veel van te leren valt!

 

Het onderzoek bestond uit een enquête naar mobiliteitsgedrag vóór en na de verhuizing, aangevuld met vragen over voorkeuren, motieven en tevredenheid. Daarnaast zijn gesprekken gevoerd met bewoners en zijn observaties in de wijk uitgevoerd.

 

Mobiliteitsgedrag verandert aantoonbaar

Een van de belangrijkste uitkomsten van het onderzoek is dat de inrichting en het parkeerbeleid in Cartesius daadwerkelijk invloed hebben op het gedrag van bewoners. Sinds hun verhuizing naar Cartesius is het autobezit zichtbaar afgenomen: 33 procent van de autobezitters heeft een auto weggedaan of overweegt dat te doen, en iedereen die dit aangeeft, noemt de beperkte parkeerruimte als belangrijke reden. Daarnaast rijdt 28 procent minder vaak auto. Tegelijkertijd zien we een duidelijke verschuiving richting alternatieven: 30 procent van de bewoners maakt vaker gebruik van het openbaar vervoer en 27 procent gebruikt vaker een deelauto dan voor de verhuizing.

 

Belangrijk is dat deze gedragsverandering niet alleen zichtbaar is bij bewoners die bewust voor autoluw wonen kozen, maar juist ook bij de grote groep die hier vooral woont vanwege de beschikbare en betaalbare middenhuurwoningen. Het zijn dus niet alleen de al gemotiveerde, duurzame ‘koplopers’ die hun gedrag aanpassen. De cijfers laten zien dat ruimtelijke keuzes, een strikte parkeernorm en een goed mobiliteitsaanbod daadwerkelijk sturen in mobiliteitsgedrag, ook bij bewoners die aanvankelijk niet uit overtuiging voor een autoluwe wijk kozen.

 

Hobbels op de weg: lessen voor de implementatiefase

Hoewel de mobiliteitstransitie in Cartesius duidelijk zichtbaar is, ervaren bewoners ook beperkingen die grotendeels samenhangen met het feit dat de wijk nog in aanbouw is. De looproute naar Zuilen vraagt nu nog om een grote omweg door afsluitingen vanwege werkzaamheden. Ook ligt er een fietstunnel die nog niet geopend is, waardoor bewoners het gevoel hebben onnodig te moeten omfietsen. In de wijk zelf ontbreekt nog loop- en fietsinfrastructuur, wat bij de toegangsweg zelfs leidt tot onveilige situaties; een bewoner vertelde in het interview hier met de fiets te zijn aangereden. Daarnaast is het park dat het groene hart van de wijk moet worden nog niet aangelegd. Op het maaiveld staan nog auto’s op de tijdelijke parkeerplaats en er is veel onduidelijkheid over het tijdelijke parkeerbeleid, wat tot frustratie leidt. Zo’n 30 procent van de bewoners geeft aan vooraf onvoldoende of onjuist te zijn geïnformeerd over de regels en mogelijkheden rondom parkeren.

 


Tijdelijke parkeerplaats op maaiveld. Toegangsweg Cartesius. Oktober 2025. Bron: auteur

 

Wat we van Cartesius leren, is dat er meer aandacht moet zijn voor de volgorde van implementatie van een autoluwe wijk. Ook in de ontwikkelfase is het belangrijk dat het complete plaatje van de wijk, inclusief het mobiliteitsconcept, vanaf het begin klopt. In Cartesius is vooral de beperkende kant – de lage parkeernorm – al stevig ingevoerd, terwijl veel van de voordelen nog niet of slechts gedeeltelijk zichtbaar zijn. Bewoners ervaren dan vooral de restrictie, zonder direct de aantrekkelijke alternatieven te ervaren, wat het draagvlak onder druk kan zetten.

 

Voor gemeenten, ontwikkelaars en mobiliteits- en parkeerprofessionals ligt hier een duidelijke opdracht: voer niet alleen de beperking in, maar zorg dat de positieve kant vanaf dag één zichtbaar is. Dat betekent investeren in veilige en logische loop- en fietsroutes, een aantrekkelijke en groene autovrije openbare ruimte, goed functionerende deelmobiliteit én heldere, consistente communicatie over parkeren en mobiliteitsopties. Als het totaalconcept klopt, biedt autoluw wonen daadwerkelijk kansen voor leefbare en toekomstbestendige wijken.

 

Afsluiting en vervolg

Het onderzoek richtte zich op de beginfase van Cartesius, waardoor vooral korte-termijneffecten zichtbaar zijn. Hoewel de wijk een interessante eerste inkijk biedt in een situatie waarin bijna de helft van de bewoners ondanks het autoluwe concept is komen wonen, gaat het nog om een relatief homogene groep: bewoners zijn overwegend jong, hoogopgeleid, kinderloos en stedelijk georiënteerd, en hebben daardoor veel potentie om autovrij te leven.

 

Het volgende artikel van dit tweeluik breidt het onderzoek uit naar een grotere en diversere groep bewoners in verschillende nieuwbouwwijken. Zo wordt onderzocht hoe autoluwe en STOMP-wijken in de praktijk functioneren bij verschillende typen huishoudens en wat dit betekent voor mobiliteit, parkeren en leefomgeving.

 

Bronnen

 

Tags

Onderzoek Vexpansie Autoluw Beleid STOMP

Bekijk meer artikelen

Parkeren aan de laadpaal?

Het Klimaatakkoord van het kabinet heeft ook zijn weerslag op onze dagelijkse mobiliteit. Volgens de plannen kunnen we over tien jaar alleen nog maar elektrische auto’s kopen. Maar wat vervangt dan onze wekelijkse tankbeurt waarbij we na een paar minuten weer 600 kilometer vooruit kunnen?

Lees meer

Coronacrisis vergroot belang bereikbaarheid en parkeren van winkelgebieden Van basis- naar bestaansvoorwaarde

Er is een tijd geweest waarin er in Amsterdam iedere zaterdag een file stond vanaf het Rokin tot aan de parkeergarage van de Bijenkorf. Die tijd is voorbij.

Lees meer

Lichtmanagement: tien jaar licht in Piet Heingarage Amsterdam Innovatie & duurzaamheid

Ledverlichting, sensoren en 3D software realiseren samen een energiebesparing van circa zeventig procent per jaar. Een contract voor tien jaar waarbij monitoring, onderhoud en besparingsprestaties niet liggen bij de eigenaar van de garage, maar bij de leverancier van verlichting.

Lees meer

100 aangesloten gemeenten na 10 jaar SHPV en op naar 1 NPVR

Het SHPV (Servicehuis Parkeer-en Verblijfsrechten) is op 22 juni 2010 als coöperatie van en voor gemeenten opgericht, met als doel het marktneutraal faciliteren van een landelijke voorziening voor het vastleggen en ontsluiten van parkeer-en verblijfsrechten

Lees meer

Vehicle-to-grid: Elektrische voertuigen als flexibele opslag in het elektriciteitsnet

Vehicle-to-grid (V2G) technologie stelt elektrische voertuigen in staat om ook elektriciteit terug te leveren aan het elektriciteitsnet. De flexibele capaciteit van de batterij helpt het net in balans te houden en levert geld op voor de eigenaar van de auto.

Lees meer

VERVOLG uit Vexpansie nr. 1 2020 Lessen uit de instorting van een parkeergarage

Bijna gelijktijdig met het verschijnen van Vexpansie 2020 #1 werden nieuwe inzichten gepubliceerd naar aanleiding van het onderzoek naar de instorting van de parkeergarage bij Eindhoven Airport. In dit artikel wordt hierop ingegaan.

Lees meer
1 35 36 37 38 39