Autoluwe wijken en STOMP veelbelovend, maar in de praktijk nog kwetsbaar (deel 2)
Autoluwe en STOMP-wijken sturen mobiliteitsgedrag, maar roepen ook frictie op. Wat ervaren bewoners écht? Dit tweeluik combineert bewonersonderzoek in Cartesius met landelijk onderzoek en laat zien wanneer autoluw werkt, waar het schuurt en wat dit vraagt van ontwerp, parkeren en beleid.
Auteur: Mitchel Trap, BijStelling
Parkeerrechten, bezoekersparkeren en deelmobiliteit: wat autoluwe en STOMP-wijken vragen van beleid en uitvoering
Autoluw bouwen betekent niet het verdwijnen van parkeren. Het betekent wél dat parkeren schaars wordt, selectiever en anders georganiseerd, terwijl lopen, fietsen, OV en deelmobiliteit de norm moeten worden. In beleidsteksten klinkt dat logisch. In de praktijk blijkt de acceptatie van STOMP-wijken echter sterk te hangen aan één vraag: hoe is parkeren geregeld voor zowel bewoners als bezoekers?
In deel 1 zagen we in de Utrechtse wijk Cartesius dat een lage parkeernorm gedrag kan sturen, óók bij bewoners die niet bewust voor autoluw wonen kiezen. Maar hoe verhoudt die wijk zich tot de rest van Nederland? Daarom zoomt dit tweede deel uit naar een breder beeld op basis van het CROW-inwonersonderzoek van Bijstelling1: een online enquête onder 526 bewoners en 11 verdiepende interviews in opgeleverde nieuwbouwwijken in de afgelopen 5 jaar (veldwerk september–oktober 2025).
Zorg dat de basis klopt
Een STOMP-wijk compenseert de beperkingen in parkeren door uit te blinken in infrastructuur voor lopen en fietsen en door een goed OV-aanbod. In deel 1 zagen we echter dat deze voorzieningen niet altijd vanaf de start van de bouw op orde zijn. Verbeteringen volgen vaak pas in een later stadium en worden niet in alle gevallen even snel of volledig gerealiseerd.
Bewoners zijn in het CROW-onderzoek relatief positief over voet- en fietsinfrastructuur en in veel gevallen ook over het OV. Juist het openbaar vervoer zou, naar verwachting, sterk genoeg moeten zijn om het ‘gebrek’ aan mogelijkheden voor de auto te compenseren. Toch is dit in de praktijk vaak anders. Voor auto parkeren is het beeld wisselender en over het algemeen een stuk negatiever. Vooral in (zeer) sterk stedelijke gebieden is de ontevredenheid over parkeren groot, en dan met name over bezoekersparkeren.
Parkeerrecht: de echte knop
In discussies over autoluwheid gaat het vaak over normen (zoals 0,18 plaatsen per woning bij Cartesius in Utrecht). In de praktijk blijkt parkeerrecht minstens zo bepalend: heb je als bewoner recht op een plek (op eigen terrein, in een garage of via een vergunning), of niet?
In de steekproef op landelijk niveau heeft 55% parkeerrecht en 45% niet. Parkeerrecht hangt sterk samen met woningtype en eigendom: grotere appartementen en koopwoningen hebben veel vaker (84%) parkeerrecht dan kleinere appartementen en huurwoningen (32%).
Dit werkt direct door in autobezit. Van de huishoudens met parkeerrecht heeft 85% één of meerdere auto’s. Parkeren gebeurt dan vaak op eigen terrein of in een garage/parkeerhof. Maar ook zonder parkeerrecht bezit men opvallend vaak een auto: 58% van die groep heeft er wél één. Zij parkeren meestal op loopafstand, maar soms ook op fiets- of OV-afstand.
Binnen de groep “auto, maar geen parkeerrecht” speelt één probleem steeds opnieuw: betaalbaarheid. Meerdere respondenten geven aan dat zij wél een plek in een garage zouden kunnen huren, maar dat niet kunnen betalen.
Dit is precies waar autoluwe concepten in de praktijk vaak een dubbel effect laten zien: een deel van de bewoners past gedrag aan (zoals ook in de Cartesius-casus zichtbaar is) en een deel wijkt uit.
Parkeren: bezoekers zijn de dupe
Het meest consistente pijnpunt in STOMP-wijken is bezoekersparkeren. In (zeer) sterk stedelijke gebieden is meer dan de helft ontevreden over bezoekersparkeren, en is ook een grote groep ontevreden over auto parkeren voor bewoners. Bezoekersparkeren raakt direct sociale bereikbaarheid (familie en vrienden) én utilitaire bereikbaarheid (zorg, installateurs en bezorgers). Voor bewoners voelt dit niet als ‘mobiliteitsbeleid’, maar als een dagelijkse beperking.
Opvallend is het verschil tussen verwachtingen en realiteit. Bewoners schatten de kwaliteit van lopen en fietsen vooraf vaak redelijk goed in. Bij auto parkeren is dat anders. Een kwart geeft aan dat bewoners parkeren niet overeenkomt met de verwachtingen; bij bezoekersparkeren is dat nog vaker het geval, namelijk 36%.
Die mismatch zit vaak in het proces: informatie blijkt tijdens de ontwikkeling te zijn gewijzigd, of wordt pas laat duidelijk. Meerdere bewoners geven aan dat zij niet wisten dat er geen parkeervergunning aangevraagd kon worden, of dat de regels vlak voor de intrek nog zijn aangepast.
Vier bewonersprofielen: één beleid, vier totaal verschillende ervaringen
Het onderzoek maakt een praktische indeling op basis van autobezit en parkeerrecht. Dat levert vier herkenbare profielen op:
- Auto + parkeerrecht
Relatief tevreden over bewoners parkeren (67% tevreden). Bezoekersparkeren blijft achter (50% tevreden), onder andere door een beperkte bezoekersregeling. - Auto, géén parkeerrecht
De tevredenheid is hier 43% voor zowel bewoners als bezoekersparkeren. In interviews komt een terugkerend beeld naar voren: inwoners wijken uit naar omliggende straten of parkeren op afstand. Een ‘oplossing’ zoals een commerciële garage is in enkele gevallen aanwezig, maar vaak geen optie door de hoge kosten. - Geen auto, wél parkeerrecht
Tevredenheid over bewoners parkeren is 58%, maar bij bezoekersparkeren slechts 33%. Deze groep benoemt regelmatig kansen voor deelgebruik van persoonlijke parkeerplekken binnen het complex. Het is vaak niet mogelijk voor bezoek om in inpandige garages te parkeren, terwijl plekken van autoloze bewoners regelmatig leeg staan. - Geen auto, géén parkeerrecht
Deze groep is het minst tevreden: 24% is tevreden over bewoners parkeren en 12% over bezoekersparkeren. In deze groep zitten bewoners die autoloos willen zijn, maar ook bewoners die hun auto noodgedwongen hebben weggedaan door kosten en schaarste aan parkeerplaatsen.
De onvrede is doorgaans kleiner wanneer autoluwe wijken vooral autoloze huishoudens aantrekken. Maar die zelfselectie is in de praktijk vaak minder groot dan gedacht.
Zelfselectie: kleiner dan vaak wordt aangenomen
Bij autoluwe wijken wordt vaak gewezen op zelfselectie: bewoners die toch al weinig met de auto hebben, kiezen bewust voor een wijk met een laag parkeeraanbod. Dan lijkt het alsof beleid werkt, terwijl gedrag deels ‘meeverhuist’. Zowel landelijk als in Cartesius blijkt juist dat zelfselectie maar een deel van het verhaal is.
Veel bewoners geven aan niet bewust “aan zelfselectie” te hebben gedaan: in Cartesius koos meer dan de helft vooral voor de beschikbare woning en niet voor het mobiliteitsconcept. Toch laat de casus zien dat gedrag ook in deze groep verandert: 28% van hen geeft aan een auto te hebben weggedaan sinds verhuizing, of dat serieus te overwegen.
Ook op landelijk niveau zien we zelfselectie: 10% ging minder auto’s bezitten. Van degenen die een auto hebben weggedaan, noemt een groot deel het autoluwe karakter als reden. Wanneer je vervolgens alleen kijkt naar bewoners die vooraf kennis hadden én bewust minder auto’s bezitten, blijft een beperkte groep ‘zelfselectie’ over: circa 7% van de totale steekproef, waarvan 3% bewust volledig autoloos is.
Dit onderstreept dat een lage parkeernorm, goede loop- en fietsroutes en een werkend mobiliteitsaanbod óók bewoners die niet bewust voor het mobiliteitsconcept kozen, richting ander gedrag kan sturen.
Impact: klein per huishouden, groot op schaal
Het onderzoek becijfert dat een autoluwe inrichting in nieuwbouwwijken samenhangt met gemiddeld 0,04 auto per huishouden minder. Voor de periode 2020–2025 komt dat neer op circa 17.000 auto’s minder op landelijk niveau. Dit betreft de gemiddeld gerapporteerde daling van het autobezit in nieuwbouwwijken. Niet onderzocht is in hoeverre een autoluwe inrichting ook leidt tot het uitstellen of afzien van de aanschaf van extra auto’s.
De grootste impact lijkt momenteel te liggen bij de parkeerkeuze. Nieuwe bewoners zonder (betaalbare) parkeerplaats wijken uit naar andere parkeermogelijkheden. Dit zogeheten waterbedeffect neemt af naarmate er minder alternatieve parkeerplaatsen beschikbaar zijn, maar het onderzoek laat zien dat het effect zich over een grotere straal kan uitstrekken dan eerder werd aangenomen. Ook parkeerplekken op fiets- of busafstand van de woning worden regelmatig benut om de eigen auto te stallen.
Tegelijkertijd kunnen kosten en schaarste van parkeren, of het uitblijven van alternatieven zoals voorzieningen in de plint (bijvoorbeeld een supermarkt) of passend deelvervoer, leiden tot forse onvrede, zeker wanneer die alternatieven niet tijdig op orde zijn.
Deelmobiliteit: kansrijk, maar nog geen vangnet
In veel autoluwe concepten is deelmobiliteit een dragende pijler. In de onderzoeken gebruikt 20% wel eens deelmobiliteit; 80% niet. Gebruik concentreert zich in (zeer) sterk stedelijk gebied en onder jongeren. Autoloze bewoners gebruiken deelmobiliteit veel vaker dan autobezitters, maar ervaren nog steeds drempels.
De drempels zijn tweefasig:
- Niet-gebruikers noemen vooral complexiteit/onduidelijkheid: het aanbod sluit simpelweg niet aan op de behoefte. Het ontbreken van een kinderzitje voor jonge gezinnen kan al een reden zijn.
- Bij het deel dat wél gebruik maakt van deelmobiliteit zijn oplopende kosten vaak een reden om niet (nog) frequenter gebruik te maken.
Een kennismakingsabonnement voor nieuwe gebruikers van deelmobiliteit kan de drempel verlagen om hiervan gebruik te maken, of op zijn minst bijdragen aan het introduceren van de beschikbare mogelijkheden. In Cartesius, waar dergelijk kennismakingsabonnement voor deelauto’s geldt, geeft 19% van de nieuwe bewoners aan hierdoor (vaker) gebruik te maken van deelauto’s.
Door ervoor te zorgen dat deelmobiliteit beter aansluit op de behoeften, nabij aanbod, betrouwbaar en eenvoudig, én betaalbaar voor frequenter gebruik, kan dit de parkeerdruk verlagen in autoluwe wijken.
Vier aandachtspunten voor ontwerp en uitvoering
- Maak parkeerrechten hard, uitlegbaar en vroeg bekend
Bewoners moeten vóór koop/huur exact weten: parkeerrecht ja/nee, waar, tegen welke voorwaarden, en wat het betekent voor bezoekers. - Regel bezoekersparkeren expliciet
Bezoekersparkeren is vaak het grootste knelpunt. Neem keuzes over bezoekerspassen, tijdvensters, tarieven, laden/lossen en handhaving op in het concept én beheer. - Neem betaalbaarheid serieus
Als het alternatief voor straat/vergunning een dure commerciële garage is, wordt autoluw van ‘keuze’ al snel ‘dwang’. Dat ondermijnt het draagvlak om er te wonen. - Zie deelmobiliteit als systeem, niet als bijlage
Eerst moet het aanbod voldoen aan de behoeften van inwoners (nabij, betrouwbaar, eenvoudig), pas daarna wordt prijs het doorslaggevende punt.
Tot slot
Autoluwe wijken leveren aantoonbaar bij aan minder autobezit. Maar de praktijk laat ook zien waar het concept nog niet waterdicht is: onduidelijke parkeerrechten, kwetsbaar bezoekersparkeren, gebrek aan alternatieven en voorzieningen in de buurt en deelmobiliteit die (nog) geen volwaardig vangnet is, zorgen nog voor uitwijkgedrag en ontevredenheid onder nieuwe inwoners. De opdracht voor parkeer- en mobiliteitsprofessionals is daarom: maak het systeem eerlijk, voorspelbaar en uitvoerbaar vanaf dag één.
Bekijk meer artikelen
Hoe duurzaam is een parkeergarage? Parkeren essentieel voor gebiedsontwikkeling
Er ligt een enorme woningbouwopgave in het verschiet voor nu en in de toekomst. Deze wordt vooral binnenstedelijk opgelost.
Lees meerParkeergarages: een optimale eerste indruk van de stad
Een onderzoek naar welke elementen automobilisten het belangrijkst vinden als het gaat om de beleving van parkeergarages.
Lees meerOmgaan met parkeernormen wanneer de auto best een tandje minder mag…
Het generiek verlagen van parkeernormen kan helpen om meer ruimte te creëren in de steden als tegelijkertijd geïnvesteerd wordt in het veranderen van een door de auto gedomineerde mobiliteitscultuur.
Lees meerEnergietransitie en parkeren: ontwikkelingen met aandachtspunten voor schadeverzekeringen
Met de toename van elektrisch aangedreven auto’s, neemt ook de vraag naar laadunits bij parkeergarages toe. Vanuit het perspectief van brandverzekeraars betekent dit een extra risico.
Lees meerKleine stapjes met elektrische stepje
Ook in het Nederlandse straatbeeld worden elektrische stepjes waargenomen, maar zijn ze vooral privébezit. Maar mag dit eigenlijk wel?
Lees meerMarkante personen uit de parkeerwereld: Willem-Jan Balk
In de serie markante personen uit de parkeerwereld: Willem-Jan Balk, Vice President Business Line Management & Marketing op het hoofdkantoor van SKIDATA in Salzburg.
Lees meer