Einde parkeerduur­beperking?

De Hoge Raad heeft een streep gehaald door de fiscale handhaving van parkeerduurbeperking. Als je geen belasting mag betalen kun je ook geen naheffingsaanslag opleggen. Gelukkig zijn er ook in een fiscaal regime manieren om langparkeren te ontmoedigen. Gemeenten vergeten te vaak dat betaald parkeren een belastingmaatregel is.

 

[Dit artikel verscheen eerder in Vexpansie 2022-2 | Tekst Ewald Dijkstra]

 

In mijn vorige leven als adviseur parkeren heb ik voor meerdere gemeenten de regelgeving voor betaald parkeren opgesteld. Uitgangspunt bij het opstellen is, naast de inhoudelijke wensen, dat deze stand moet houden bij de rechter. Ook als iemand uit principe bij een geschil tot aan de Hoge Raad gaat. Belangrijk daarbij is te beseffen dat betaald parkeren een vorm van gemeentelijke belastingen is. Daarvoor gelden specifieke regels. Voor parkeerbelastingen zijn deze vastgelegd in de Gemeentewet en Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). Van deze laatste zijn een aantal onderdelen ook van toepassing op de gemeentelijke belastingen.

Een van de basisregels om fiscaal te kunnen handhaven is dat iedereen die wil parkeren zijn parkeerbelasting moet kunnen voldoen. Dit is ook de reden dat de tekst ‘verboden bij te vullen’ die we vroeger tegenkwamen op de parkeermeters is verdwenen.

 

Essentie van de uitspraak

Op 11 maart jongstleden heeft de Hoge Raad geoordeeld dat “…alleen parkeerbelasting kan worden nageheven als die niet op aangifte is voldaan”. Deze kwestie waarover de Hoge Raad heeft geoordeeld betreft iemand die de maximale parkeerduur van een uur heeft overschreden. Voor de tijd dat hij mocht parkeren heeft hij zijn parkeerbelasting voldaan. De naheffing die hem is opgelegd heeft betrekking op de periode dat hij daar niet meer mocht staan en waarvoor hij geen parkeerbelasting mocht betalen. De Hoge Raad betoogt dat: “Omdat belanghebbende niet langer dan dat uur mocht parkeren, was hij niet gehouden ook voor de tijd daarna parkeerbelasting op aangifte te voldoen.” De gemeente handelt voorts in tegenspraak met artikel 20 AWR. Daarin staat dat deze “…de mogelijkheid tot naheffing beperkt tot belasting die op aangifte behoort te worden voldaan maar niet is betaald.” Het oordeel van de Hoge Raad is niet alleen juridisch correct, maar volgt ook de wetten van de logica. Als je als bestuurder geen belasting mag betalen, kun je ook geen naheffingsaanslag opleggen.

Voor mij komt deze uitspraak niet als een verrassing. Al sinds begin van de jaren ’90 heb ik, ook binnen Vexpan, betoogd dat het overtreden van een parkeerduurbeperking in een fiscaal regime niet bestraft kan worden. Ook kan geen Mulderbon worden opgelegd, omdat het E10-bord van de blauwe zone ontbreekt. In het ergste geval kan een overtreder daarom zelfs zijn auto onbeperkt parkeren. Voorwaarde is wel dat hij aan zijn belastingplicht voldoet voor de periode dat hij wel mag betalen. En zijn auto in de tussentijd niet verplaatst. Voor gemeenten is het dus een risico om dit regime voort te zetten.

 

Mogelijkheden binnen een fiscaal regime

Uiteraard kan het nodig zijn om langparkeren te ontmoedigen. Dat een parkeerduurbeperking niet handhaafbaar is in een fiscaal regime, wil niet zeggen dat er geen instrumenten zijn. In deel 5 van de CROW reeks ‘Van Parkeerbeheer naar Mobiliteismanagement’, zijn deze reeds beschreven. Het betreft het toepassen van een maximum inworp. Parkeren wordt niet verboden voor langere tijd, maar gebruiker wordt verplicht om zijn parkeertijd telkens te verlengen. De andere optie is het instellen van een progressief tarief. Bijvoorbeeld het eerste uur 0,10 euro en vervolgens 10,00 euro per uur.

Complicerende factor is het betalen via app of mobiel. In de meeste gevallen wordt bij het toepassen van progressief tarief, na het beëindigen van de transactie een wachttijd van 15 minuten gehanteerd. Pas als die voorbij is kan een nieuwe parkeeractie op dezelfde locatie worden gestart. De vraag is of deze methodiek gehandhaafd kan worden na de uitspraak van de Hoge Raad.

In mijn optiek kan dat, mits bij de automaat kan worden betaald. In die situatie heeft de parkeerder de mogelijkheid om zijn parkeergeld daar te voldoen. Als geen kenteken wordt geregistreerd is echter de kans op misbruik bij een progressief tarief groot. Door steeds bij te betalen vlak voordat het lager tarief afloopt, is het mogelijk om tegen (te) lage kosten te parkeren. Des te langer het lage tarief van kracht is, des te groter de kans op misbruik.

Als er wel een kenteken wordt geregistreerd, dan treedt het probleem op dat binnen de 15 minuten ook niet aan de automaat kan worden betaald. De rechter zal dat zien als het niet kunnen betalen van de parkeerbelasting, en zal daarom ook een eventueel opgelegde naheffingsaanslag vernietigen.

De oplossing ligt in het aanpassen van het betaalalgoritme voor de automaat en het parkeren via de app. Deze moet zo worden opgesteld dat, als een parkeertransactie plaatsvindt binnen 15 minuten van de vorige, de parkeertijd van de vorige parkeertransactie meetelt voor het bepalen van het tarief. Dit geldt uiteraard alleen als de parkeeractie plaatsvindt binnen dezelfde betaalzone.

 

Betaald parkeren is een belasting

Dat de regelgeving van ‘betaald parkeren’ kwetsbaar is, is een gevolg van het feit dat bij gemeenten vaak onvoldoende kennis is op het gebied van belastingwetgeving. Vaak worden verordeningen opgesteld door juristen met weliswaar een brede juridische kennis, maar niet voldoende thuis zijn in de niche van gemeentelijke belastingen. Dat het vaak goed gaat blijkt wel uit het feit dat het meer dan dertig jaar heeft geduurd voordat iemand eindelijk deze omissie in de regelgeving heeft aangetoond. Maar dit is niet de enige veel voorkomende fout in de regelgeving. Ik ben benieuwd hoelang het duurt voordat iemand het verschil in tarief voor een eerste en tweede vergunning aanvecht.

Overigens heeft het gegeven dat betaald parkeren een belasting is ook een voordeel. Inspraak voor de invoering is niet verplicht. Maar het mag wel.

 

Lees hier de uitspraak van de Hoge Raad.

 

Ewald Dijkstra was van 1991 tot 2016 adviseur parkeren bij afwisselend gemeenten en adviesbureaus. Sinds 2015 is hij adviseur mobiliteitsonderzoek bij de gemeente Amsterdam. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.

 

 

 

 

 

Tags

parkeerduurbeperking Hoge Raad naheffingaanslag

Bekijk meer artikelen

Rekenkamer Amersfoort: onderzoek naar parkeergarages en fietsenstallingen

Bijna elke gemeente heeft een rekenkamer die onderzoek doet naar doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het gemeentelijk beleid. Parkeren is regelmatig onderwerp van onderzoek.

Lees meer

Markante personen uit de parkeerwereld: Wim van der Heide

Wim van der Heide, Business Development Manager bij Ballast Nedam Park & Connect, kwam via onderzoek naar mechanische parkeersystemen in aanraking met de parkeerwereld.

Lees meer

30 jaar fiscalisering deel 5: Jurisprudentie

In dit deel over de geschiedenis van de fiscalisering gaat het over jurisprudentie. Tot op de dag van vandaag wordt er tegen opgelegde naheffingen bezwaar gemaakt. In een aantal gevallen gaat de bezwaarmaker als hij van de belastingrechter geen gelijk krijgt naar het gerechtshof en soms zelfs naar de Hoge Raad.

Lees meer

30 jaar fiscalisering deel 4: Bebording

In dit deel over de geschiedenis van de fiscalisering kijken we terug op de ontwikkeling van de bebording. Via bebording herkent de parkeerder het ter plaatse geldende parkeerregiem.

Lees meer

Rotterdam Nederlands meest EV-vriendelijke gemeente

Gemeente Rotterdam is het meest vriendelijk voor elektrische rijders in Nederland. Dit maakt ALD Automotive bekend. Het is de eerste keer dat de leasemaatschappij de verkiezing ‘Meest EV-vriendelijke gemeente’ houdt.

Lees meer

30 jaar fiscalisering deel 3: Parkeer(belasting) verordeningen en beleidsregels

In dit artikel wordt ingegaan op de algemeen verbindende voorschriften die de gemeente dient vast te stellen: de parkeerverordening en de verordening parkeerbelasting en de beleidsregels zoals het uitgiftebesluit en het aanwijzingsbesluit.

Lees meer
1 2 3 18