De menselijke maat in een veranderende parkeerwereld: een interview met Hans ten Barge
In de reeks “Markante personen in de parkeerwereld” spreken we vandaag met Hans ten Barge. Op 62-jarige leeftijd denkt hij nog lang niet aan stoppen. Als ketenregisseur parkeren bij de gemeente Arnhem combineert hij een schat aan ervaring met een nuchtere, Achterhoekse blik op de toekomst. We spreken hem over zijn bijzondere loopbaan, zijn visie op handhaving en de enorme schaalsprong die Arnhem op parkeergebied gaat maken.
Van de redactie Vexpansie | Tjeerd Velders en Jeroen Quee
Hans, je bent een bekende verschijning in de parkeersector. Voor de mensen die je nog niet kennen: wie is de man achter de ketenregisseur?
“Ik ben een echte Achterhoeker; daar liggen mijn wortels en ik ben er trots op. Ik heb veel compassie met de boeren en een grote liefde voor de natuur, al vind ik dat we met milieumaatregelen niet moeten overdrijven. In mijn privéleven ben ik een echte familieman. Ik ben relatief laat vader geworden – ik was al eind veertig toen mijn kinderen kwamen – maar vanaf het eerste moment was ik helemaal om. Mijn vrouw, die wel iets jonger is, en de kinderen zijn mijn basis. Ik werk nu fulltime als ketenregisseur, waarbij ik drie dagen thuiswerk en twee dagen op het stadskantoor in Arnhem ben. Die balans tussen werk en privé is voor mij heilig, zeker omdat ik in het leven ook de nodige tegenvallers heb gekend die me hebben gevormd.”
Voordat we de diepte in gaan over parkeren: je carrière begon op een heel andere plek dan het stadskantoor, nietwaar?
“Dat klopt. Ik kom uit een gezin van zeven kinderen en was de jongste. Omdat mijn oudere broers al in militaire dienst waren geweest, had ik broederdienst en hoefde ik eigenlijk niet. Maar ik wilde juist heel graag! Ik ben uiteindelijk acht jaar beroepsmilitair bij het Korps Mariniers geweest. Dat was een vormende tijd met zware trainingen en een strakke cyclus. Ik heb onder andere negen maanden op de Antillen gezeten. Na vier jaar vroegen ze of ik wilde blijven, en dat wilde ik, mits ik op de Antillen mocht blijven. Dat lukte. Die militaire achtergrond zie je nog steeds terug in mijn manier van werken: ik ben kort door de bocht en recht op de man af. Dat is soms even wennen voor collega’s bij de gemeente, maar mijn defensieverleden is onlosmakelijk met mij verbonden.”
Hoe ben je van de mariniers uiteindelijk in de parkeerwereld van Arnhem beland?
“Na de mariniers heb ik een uitstapje naar de verzekeringswereld gemaakt, maar sinds september 1991 werk ik bij de gemeente Arnhem. Ik begon als hoofd parkeerhandhaving, waarbij de handhaving destijds nog wasondergebracht bij de politie. In die tijd deden we het in Arnhem al anders; we scheidden de parkeerhandhaving strikt van de overige handhaving. In 1994 werd de parkeerhandhaving ondergebracht bij het Parkeerbedrijf van de gemeente. De parkeercontroleurs waren gemeenteambtenaren, de parkeergarages zaten in BV’s en het personeel in de parkeergarages zaten in een stichting. Dat was destijds een passende vorm vanwege de bijzondere werktijden van het garagepersoneel. Later is het Parkeerbedrijf weer ontmanteld en zijn de parkeertaken uitbesteed aan een marktpartij. We zijn toen gaan werken met marktpartijen zoals P1 en PCH. In die periode heb ik ook de parkeermanagement opleiding bij DTV afgerond om mijn kennis verder te verdiepen.”
Je staat bekend om je visie op ‘handhaven met de menselijke maat’. Wat houdt dat precies in?
“Het is een visie die ik ook heb gepresenteerd op het Nationaal Parkeercongres van de VEXPAN. Als handhaving te hard, te technisch of te onpersoonlijk wordt uitgevoerd, kan dat leiden tot frustratie en wantrouwen. In Arnhem hebben we ongeveer 60 maatregelen beschreven die de handhaving menselijker maken. Een essentieel onderdeel daarvan is éénmalige coulance. Daarnaast hebben we de techniek zo aangepast dat mensen bijvoorbeeld een waarschuwing krijgen in de bezoekersregeling voordat een parkeeractie afloopt, in plaats van direct een boete. Het gaat erom dat je niet blindelings bekeurt, maar kijkt naar de situatie. Dat geldt voor fiscale zaken, maar ook voor Mulder-feiten. De kracht van Arnhem is dat we eigen handhaving hebben gehouden, waardoor we écht op dit beleid kunnen sturen.”
Je bent ook zeer actief binnen VEXPAN. Waarom vind je dat belangrijk?
“Ik zit al 12 jaar in de Commissie Gemeenten en heb 6 jaar deel uit gemaakt van het dagelijks betuur van deze commissie. Ook zit ik in de CLIP-commissie als vertegenwoordiger van gemeenten, samen met het ministerie en commerciële exploitanten. Ik vind het belangrijk om collega’s in het vak op weg te helpen. Ik vind het ook belangrijk om de stem van de gemeenten te laten horen. Soms begrijp ik zaken niet, zoals het ‘weggeven’ van laadpalen in concessie terwijl een parkeergarage eigendom is van de gemeente. Binnen VEXPAN probeer ik dergelijke discussies aan te zwengelen en kennis te delen tussen subgroepen en werkgroepen.”
In je huidige rol ben je ‘ketenregisseur’. Waarom niet gewoon ‘parkeermanager’?
“Bij een reorganisatie binnen de gemeente is besloten dat de term ‘manager’ alleen nog gebruikt mag worden als je daadwerkelijk in het management zit. Maar in feite is de inhoud van het werk hetzelfde. Het gaat om de samenhang tussen het parkeren op straat en in de parkeergarages. Dat is cruciaal, zeker met de opkomst van elektrisch laden. We bewegen van meerdere beheerders en leveranciers naar één integrale aanpak voor de hele keten.”
Er staat Arnhem veel te wachten op parkeergebied. Kun je ons meenemen in de plannen voor de komende 20 jaar?
“De raad heeft vorig jaar een duurzaam mobiliteitsplan aangenomen. Dit plan is ambitieus: we gaan van 6.000 naar 30.000 gereguleerde parkeerplaatsen. Dit wordt gefaseerd ingevoerd in de komende twee decennia. Vooral de enorme woningbouwopgave in de stad jaagt daarbij de mobiliteitstransitie aan. Daarnaast zijn er grote projecten zoals de ontwikkeling van het Rijnpark, waar de gemeente het idee heeft om een groot aantal nieuwe parkeergarages in eigen beheer te gaan realiseren. Aan de andere kant stoten we ook zaken af; zo wordt parkeergarage Rozet over 10 jaar mogelijk gesloopt of afgestoten. Er is dus volop beweging.”
Participatie is tegenwoordig een groot thema bij dergelijke transities. Hoe ga jij daarmee om?
“Eerlijk gezegd? Participatie hoort erbij, maar het is niet mijn sterkste kant. Zoals ik al zei: ik ben een marinier, ik ben van het recht door zee gaan. Gelukkig heb ik bij de gemeente collega’s die daar heel goed in zijn en die dat deel oppakken. Je moet elkaars krachten benutten.”
Naast je drukke baan heb je nog steeds een hechte vriendengroep van vroeger, de ‘Club van 11’. Hoe houden jullie dat al die jaren vol?
“Die groep bestaat al sinds de basisschool. We kennen elkaar door en door, al weten we soms van elkaar niet eens precies wat voor werk we doen. We gaan elk jaar bij een van de vrienden op ‘werkbezoek’. Toen ze bij mij in Arnhem kwamen, dachten ze dat we in een uurtje wel klaar zouden zijn met het bekijken van wat parkeergarages. Uiteindelijk hebben we de hele dag rondgekeken en zijn we geëindigd in een restaurant. Dat typeert de vriendschap: interesse in elkaar, maar met een flinke dosis relativering.”
Tot slot Hans, heb je nog een tip voor de lezers, iets wat jou inspireert?
“Ik ben onlangs gegrepen door het werk van Merel van Rooy over het CJIB; dat is zeker een boekentip voor wie meer diepgang zoekt. En wat mijn werk betreft: blijf kijken naar de menselijke kant. Of je nu 6.000 of 30.000 parkeerplaatsen beheert, het gaat uiteindelijk om de manier waarop je met de mensen in de stad omgaat.”
