Onderzoek parkeervergunningen 2018

Wat betalen vergunninghouders in Nederland voor een parkeerplek? SnappCar dook in de wereld van parkeervergunningen om inzichtelijk te maken hoe groot de regionale verschillen zijn.

Meer personenauto’s

Betaald parkeren wordt op steeds meer plaatsen ingevoerd, en zones worden uitgebreid. Een oorzaak hiervan is te vinden in parkeeroverlast, mede door het feit dat er steeds meer auto’s zijn. In Nederland zijn er inmiddels bijna 8,5 miljoen personenauto’s. Ter vergelijking: in 2005 waren er nog niet eens 7 miljoen personenauto’s. Het aantal personenauto’s neemt jaarlijks dus fors toe.

Parkeerruimte wordt schaars

Mede door het toenemend aantal personenauto’s, wordt parkeerruimte op straat -en vooral in binnensteden- steeds schaarser. Niet gek dus, dat parkeerkaartjes en -vergunningen over het algemeen duurder zijn in het centrum en rondom bijvoorbeeld centrale treinstations.

Bewoners die in het bezit zijn van een auto, kunnen een parkeervergunning aanvragen voor 24-uur parkeren in binnensteden en rondom treinstations. Zij betalen hier een tarief voor, waarmee (onder andere) de kosten van het parkeerbeleid worden gedekt. Op deze manier wordt er ook voor gezorgd dat bewoners zonder auto en bewoners die niet in betaald-parkeren wijken wonen, niet voor de kosten van dit beleid hoeven op te draaien.

Grote prijsverschillen in tarief parkeervergunningen

Snappcar nam de tarieven van parkeervergunningen onder de loep. In totaal werden 133 steden en gemeenten onderzocht, verspreid over alle provincies. Uit het onderzoek blijkt dat er forse provinciale en regionale verschillen bestaan in de hoogte van het tarief van de vergunning. Zo betalen sommige autobezitters in Noord-Holland ruim zes keer meer voor een vergunning dan autobezitters in Zeeland. Ook tussen hoofd- en binnensteden blijken grote tariefverschillen te bestaan.

Forse verschillen in tarieven grote steden

Parkeren kan soms erg duur zijn, zo blijkt ook uit het onderzoek. Amsterdamse vergunninghouders, wonend in het centrum (zone 1 tot en met zone 3), betalen namelijk 276,50 euro per 6 maanden, dus 535,00 euro per jaar.

In Den Haag betaalt men in het eerste jaar 50,80 euro voor een parkeervergunning. Hierbij wel de kanttekening dat niet voor iedere zone vergunningen worden afgegeven. Centrumbewoners zijn daarom vaak toegewezen op een parkeerplek die net buiten het stadshart ligt.

Rotterdam is, in vergelijking met de andere grote steden, ook een ‘voordelige’ stad voor vergunninghouders. Hier betaalt men in alle zones 67,20 euro per jaar om te parkeren.

Utrechtse autobezitters die in het centrum wonen zijn wel wat duurder uit. Zij betalen jaarlijks 276,84 euro in de binnenstad (zone A1). Ook net buiten het centrum betaal je nog fors voor een parkeerplek: 121,68 euro per jaar.

Autobezitters die in de stad Utrecht wonen, betalen het meest van alle provinciale hoofdstedelingen. Een parkeervergunning kost hen, in het minst gunstige geval, namelijk ruim 276 euro per jaar. Ook Maastrichtenaren (ruim 259 euro), Groningers (ruim 241 euro), Leeuwarders (225 euro) en Bosschenaren (ruim 211 euro) betalen jaarlijks relatief veel voor een parkeervergunning in de duurste zone(s).

Assenaren mogen blij zijn. Zij betalen ‘slechts’ 45 euro per jaar om te parkeren in de binnenstad van de Drentse hoofdstad. Flevolanders (50 euro per jaar) en Zuid-Hollanders (net geen 51 euro per jaar) mogen ook in hun handen knijpen.

Het volledige artikel is te lezen op blog.snappcar.nl.