Lunchbijeenkomst “Nederland circulair in 2050”

Op 16 mei was er, voorafgaand aan de Algemene Ledenvergadering in Naarden de lunchbijeenkomst “Nederland circulair in 2050” waarbij vooral werd gefocust op circulair bouwen: de eindigheid van grondstoffen en hergebruik van materialen.

Jim Teunizen: De waarde van circulair bouwen

Jim belichtte het circulair bouwen aan de hand van de door zijn bedrijf Alba Concepts ontwikkelde Building Circularity Index (BCI). Deze is opgezet om de beleidsdoelstellingen voor 2030 en 2050 meetbaar te maken en bouwprojecten in de toekomst te kunnen certificeren. Daarbij is niet energieverbruik de primaire insteek maar het gebruik van (fossiele) grondstoffen in het algemeen en de mogelijkheid tot hergebruik.

Hergebruik is daarbij niet direct gekoppeld aan recycling van materialen, want dat betekent in de praktijk toch vaak een laagwaardige omgang met materialen. Bij het hergebruik werd de term “losmaakbaarheid” geïntroduceerd. Een gebouw uit gewapend beton kun je na het gebruik maar heel moeilijk uit elkaar halen tot herbruikbare componenten. Bij een gebouw dat is gemonteerd uit componenten die je naderhand weer uit elkaar kunt schroeven, klikken of hoe dan ook, houd je veel meer herbruikbare componenten over.

De BCI kijkt naar componenten als Materiaalgebruik, losmaakbaarheid, afvalscenario en de “total cost of ownership” (TCO). Door een goed uitgevoerd meerjarenonderhoudsplan (MJOP) en een losmaakbare bouw kan sloop nog tot een positieve restwaarde leiden. In de BCI zijn vooralsnog 12 Key Performance Indicators (KPI’s) gedefinieerd, die als gunningscriteria in aanbestedingsprocedures kunnen worden opgenomen.

De certificering met BCI wordt door de rijksoverheid gesteund om de beoogde transitie naar de circulaire maatschappij in 2050 doro te zetten. Bovendien vormt de certificering ook weer een markt voor instanties en adviseurs en ook daarvoor is een norm belangrijk. Het is de bedoeling dat de BCI wordt geïntegreerd in de nu al bekende BREEAM.

Pablo van den Bosch: Madaster, het kadaster voor bouwmaterialen

Vervolgens belichtte Pablo van den Bosch de stand van zaken en toekomstplannen van Madaster. Wat het kadaster is voor het oppervlak van de aarde, zal madaster moeten worden voor alle bouwmaterialen die in projecten verwerkt zitten. Het gaat uit van de gedachte dat de aarde qua hoeveelheid vast is: er komt niets bij en er gaat niets af, materialen worden alleen getransformeerd. Afval is materiaal zonder identificatie, geef materialen daarom een identiteitspaspoort, opgenomen in een register. Dit zowel voor vastgoed als infrastructuur.

Madaster is in 2017 opgericht en omvat nu 2 miljoen m² aan vastgoedobjecten. Vooral via zogenaamde Building Information Models (BIM’s) zijn alle gebruikte materialengedocumenteerd. De standaard voor opslag van de gegevens is nog volop in ontwikkeling. Zo is het bijvoorbeeld nog een punt van discussie in hoeverre onderhoud aan bouwwerk en materiaal in Madaster gedocumenteerd moet worden of in andere systemen.

Uiteindelijk is het de bedoeling dat tracking & tracing voor alle gebruikte materialen mogelijk wordt, zodat bij toepassing van een bepaalde coating, die achteraf schadelijk voor mensen blijkt te zijn, achterhaald kan worden waar dat materiaal allemaal is gebruikt. Madaster kan bij volledige opschaling in de toekomst ook een marktplaats worden die herbruikbare materialen bij sloop- en nieuwbouwprojecten bij elkaar kan brengen.

Presentaties

U kunt hier de presentaties bekijken:

Jim Teunizen Alba Concepts

Pablo van de Bosch, Madaster

 

Foto-impressie