Laadinfrastructuur in parkeergarages – Vexpan digitale lunchbijeenkomst

Klokslag 11 uur opent Daniël Di Tella, bestuurslid Vexpan, de zesde en alweer laatste lunchbijeenkomst van dit jaar onder toeziend oog van 35 deelnemers. Deze keer gaat het over laadinfra in parkeergarages. Infra als verzamelnaam voor alle zaken die noodzakelijk worden geacht rondom het kunnen opladen van voertuigen. Met presentaties van Jaap Imminga van Het ParkeerBureau en Stijn Rutgers van Over Morgen. Zij hebben samengewerkt aan een praktische handreiking voor laadinfra in parkeergarages. Dit hebben zij gedaan in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW).

Jaap Imminga van Het ParkeerBureau

De eerste presentatie wordt gegeven door Jaap. Hij begint met een anekdote over de aanleiding van het opstellen van de handreiking. Dat was feitelijk vanwege een tweet van de staatssecretaris van Ifrastructuur en Waterstaat, mevrouw Van Veldhoven, die een opmerking plaatste over het ontbreken van laadpunten in de Pleingarage in Den Haag. Hiermee is het balletje gaan rollen. Bij het uitdenken van de opdracht werd meteen geconstateerd dat er heel veel vragen zijn over laadinfra. Gekozen is voor een onderverdeling in enerzijds de ontwikkeling rondom laadinfra tot nu toe. En anderzijds hoe de toekomst er, op dit moment, uitziet. Daarbij is zeer breed in de markt gekeken en gesproken met diverse marktpartijen en overheden. Doel bij een handreiking is zorgen voor een hoge mate van kennisdelen en samenwerking. Alleen dat lijkt tot succes. Als voorbeeld van waar we in Nederland naar toe willen, wordt Noorwegen aangehaald. Waar reeds 40 procent van de nieuw gekochte voertuigen elektrische zijn en zij hebben zowel marktpartijen als overheden verschillende maatregelen geïntroduceerd die elektrisch rijden aantrekkelijk maken zoals aparte rijbanen en het voordeliger beprijzen van het parkeren van elektrische auto’s. Het ParkeerBureau heeft zich in zijn deel van de presentatie voornamelijk toegespitst op de inventarisatie van de ontwikkelingen rondom laadinfra tot nu toe. Dit wordt samengevat in een zestal onderwerpen: urgentie, technisch, financieel, governance, veiligheid en juridisch. Voor het complete overzicht kijkt u de webinar terug. Samengevat kan gesteld worden dat de urgentie ligt in het feit dat een steeds groter aandeel van de verkochte auto’s in Nederland elektrisch is. Terwijl dat het aantal openbare laadpunten minder snel groeit (uitgezonderd de laadinfra voor het snelladen langs snelwegen). De grootste technische uitdaging ligt in de netaansluiting. De capaciteit van de bestaande stroomvoorzieningen in parkeergarages is vaak onvoldoende om een groot aantal laadpunten te realiseren. Een uitbreiding is kostbaar en niet altijd inpasbaar binnen de plannen van de netbeheerder. Hiermee komen we bij een zeer belangrijk financiële punt: de forse investering die gedaan moeten worden. Ook wordt er kort stilgestaan bij het onderwerp veiligheid. Er zijn inmiddels richtlijnen die bepaalde onzekerheid wegnemen met betrekking tot brandveiligheid. Maar daarbij zijn veel meningen die erg uiteenlopen. Hier wordt verder niet nadrukkelijk op ingegaan. Het thema is bekend en al tijdens een eerdere lunchbijeenkomst dit jaar uitgebreid besproken en bediscussieerd. En daarmee besluit Jaap zijn presentatie.

Stijn Rutgers van Over Morgen

Over Morgen werkt aan een duurzame leefwereld met een integrale aanpak, waaronder op het gebied van energietransitie. Vanuit die rol heeft Over Morgen zich binnen deze opdracht voornamelijk toegespitst op de toekomst. En waarom we elektrisch laden en bijbehorende laadinfra zouden moeten omarmen. Of heel concreet: naar de wijze waarop de opgave die resulteren vanuit de probleemanalyse kunnen worden gerealiseerd.

Stijn geeft aan dat met het creëren van een kennisdossier partijen als parkeerexploitanten geholpen worden bij het beantwoorden van de vragen die er zijn. Stijn trapt af met de meest gestelde vraag: “Hoe (on)zeker is de toekomst?” Stijn geeft aan dat de groei van elektrische auto’s doorzet en dat over een jaar of tien het aandeel vergelijkbaar zal zijn als nu in Noorwegen. De realisatie van laadpunten moet daarmee in balans zijn.

Echter, hij stelt heel duidelijk dat het niet nodig is om alle parkeerplekken te voorzien van een laadpunt. Voor lokale bezoekers, met een korte reistijd, is het bijvoorbeeld niet nodig. Die laden voornamelijk op de eindbestemming, hun huis. Over Morgen schat in dat je 10% van de parkeerplaatsen moet voorzien van een laadpunt. Op dit moment zijn 0,05% van de parkeerplaatsen voorzien van laadpunten. Om te komen tot 10% is dit een behoorlijke opgave. Bij die opgave is vooral inzicht in de doelgroepen die de parkeergarage gebruiken en de liggen van de parkeerplaatsen zeer belangrijk. Over morgen heeft een simpele rekentool online staan voor het indicatief bepalen van het aantal laadpunten, inclusief het bijbehorende groeipad. In het vervolg van zijn verhaal gaat Stijn in op de technische handvatten die er nodig zijn voor het realiseren van meer laadpunten. Ook voor hem staat voorop dat het voornaamste punt van aandacht de netaansluiting is. Die is alles bepalend. Overleg daarover met netbeheerder. En doe dit zo vroeg mogelijk. Verder gaat hij in op de benodigde communicatie met de gebruiker, zodat men weet waar men kan laden en is het onderwerp inkoop een onderdeel van dossier. Tot slot is er aandacht voor investering, operationele kosten en opbrengsten. Daarbij gaat Stijn ook in de op de afweging om laadpunten zelf te exploiteren of het (deels) te laten exploiteren. Dat blijft keer op keer maatwerk. Wat vooral nog onduidelijk blijft, is in welke mate er sprake is van een rendabele businesscase. Hiermee eindigt Stijns presentatie.

Daniël kijkt welke vragen en opmerkingen er zijn. Eén van de eerste opmerkingen gaat over de benodigde netaansluiting. Door slim te schakelen tussen installaties die veel energie verbruiken maar niet permanent in bedrijf zijn (zoals rookafvoer-installaties), kan de noodzaak voor een zwaardere netaansluiting minder groot zijn. Er wordt ook een opmerking gemaakt over de steeds verder toenemende actieradius. Daarbij wordt de vraag gesteld of daardoor de noodzaak om overal op te laden de komende jaren niet juist kleiner wordt? En in hoeverre daar in de businesscases rekening mee wordt gehouden? Want minder laadbehoefte betekent een langere terugverdientijd.

Stijn geeft aan dat er technisch gezien een grens zit aan de toename van de actieradius. Onbekend is nog waar die grens komt te liggen. Maar de behoefte om op te laden is blijvend. Zeker op de eindbestemming. En in het bijzonder als het laden op hoogvermogen plaatsvindt.

Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met info@vexpan.nl.