Efteling moet parkeren belasten met 21% BTW

Rechtbank Zeeland-West-Brabant is van oordeel dat het gelegenheid geven tot parkeren voor de modale bezoeker van een attractiepark als uitgangspunt een doel op zich is. Er is geen sprake van een bijkomende dienst en het verlaagde BTW-tarief van 6% kan dus niet worden toegepast.

Op het terrein van de Efteling bevindt zich een parkeerterrein en fietsenstalling. De exploitant van de Efteling past het verlaagd BTW-tarief van 6% toe op het parkeren, omdat hij vindt dat het een bijkomende dienst is bij het verlenen van de toegang tot het attractiepark.

Geen bijzondere omstandigheden

De rechtbank is van oordeel dat het gelegenheid geven tot parkeren voor de modale bezoeker van het park als uitgangspunt een doel op zich is. In dit geval zijn er volgens de rechter geen bijzondere omstandigheden die maken dat het gelegenheid geven tot parkeren tegen een vergoeding geen zelfstandige hoofddienst, maar een bijkomende dienst is. De rechtbank merkt daarbij ook op dat de prestatie weliswaar voor bezoekers die met de auto komen, de dag naar het park in ruime zin vergemakkelijkt, maar dat de prestatie het parkbezoek als zodanig niet aantrekkelijker maakt. Het parkeren is immers geen middel om de bezoekers het eigenlijke bezoek aan het park onder de best mogelijke voorwaarden te kunnen laten genieten. Bovendien hebben de bezoekers van het park de keuze tussen diverse vervoermiddelen waarmee zij het park kunnen bereiken.

Substantieel effect op totaalprijs

De rechtbank heeft verder in aanmerking genomen dat de vergoeding voor het parkeren een substantieel effect heeft op de totale prijs voor het bezoek aan het park. Dit is volgens de rechter een aanwijzing dat het om een zelfstandige hoofdprestatie gaat. Bezoekers die de auto als enige reële vervoerwijze ervaren, zullen zich veeleer gedwongen voelen de door belanghebbende gehanteerde parkeerkosten voor lief te nemen nu parkeren elders in wezen geen alternatief is.

Geen toepassing 6%-tarief

Gelet op de bovenstaande punten is geen sprake van een bijkomende dienst. Het verlaagde tarief kan dus niet worden toegepast.

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBZWB:2017:3876

Tags: